• bezoek ons op adres Leidenlaan 16, 6229EZ MAASTRICHT
  • (+31) (0)43 - 350 21 50
  • info@duroi.nl
Alles over Overdrachtsbelasting
Uitleg begrip kavelruil
Overdrachtsbelasting  

Bij de verkrijging van onroerende zaken moet overdrachtsbelasting worden betaald. Voor een aantal verkrijgingen bestaat een vrijstelling. Zo geldt een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor een verkrijging krachtens Wet inrichting landelijk gebied. Deze wet is op 1 januari 2007 in werking getreden als opvolger van de Landinrichtingswet. De gedachte achter deze vrijstelling is dat op die manier de verbetering van de inrichting van landelijke gebieden wordt gestimuleerd. Landinrichting kan plaatsvinden in de vorm van ruilverkaveling bij overeenkomst. Daarbij verbinden drie of meer eigenaren zich om een aantal onroerende zaken samen te voegen en het geheel te verkavelen en onder elkaar te verdelen. Partijen kunnen deelnemen aan een ruilverkavelingsovereenkomst om tegen inbreng van geld kavels of om tegen inbreng van kavels geld te verkrijgen. Een ruilverkavelingsovereenkomst moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de minister van Landbouw (vroeger het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij, tegenwoordig het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie). De beoordeling van de overeenkomst wordt namens de minister uitgevoerd door de Dienst Landelijk Gebied. De belastingrechter is bij de beoordeling of een verkrijging voor de overdrachtsbelasting is vrijgesteld niet gebonden aan de beoordeling van de kavelruil door de Dienst Landelijk Gebied.

Hof Arnhem moest onlangs oordelen over een transactie die had plaatsgevonden onder de Landinrichtingswet. Een landbouwer had zijn oude bedrijfslocatie verkocht en elders een nieuwe gekocht. De verkoop van de oude bedrijfslocatie was niet in het belang van de verbetering van de inrichting van het landelijk gebied. De landbouwer was daarom geen ruilende partij als bedoeld in de Landinrichtingswet. Er bleven slechts twee ruilende partijen over, waardoor de kavelruil geen ruilverkaveling bij overeenkomst vormde, omdat het minimumaantal van drie ruilende partijen niet werd gehaald. De vrijstelling van overdrachtsbelasting was niet van toepassing.
 
Het hof wees het beroep van de landbouwer op uitlatingen van de minister bij de parlementaire behandeling van de Wet inrichting landelijke gebieden af. Deze wet bevat bepalingen die afwijken van de voorheen onder de Landinrichtingswet geldende regelingen. De uitlatingen van de minister zijn niet van belang bij de uitleg van de Landinrichtingswet.

  • 29-03-2012
  • Info du ROI