• bezoek ons op adres Leidenlaan 16, 6229EZ MAASTRICHT
  • (+31) (0)43 - 350 21 50
  • info@duroi.nl
Alles over Formeel recht
Onjuiste adressering leidde tot vernietiging aanslag
Formeel recht  

In het formele recht zijn tijdstippen en termijnen van groot belang en soms doorslaggevend voor het antwoord op de vraag of een aanslag in stand kan blijven of voor het antwoord op de vraag of iemands bezwaar tegen een aanslag of beslissing inhoudelijk in behandeling wordt genomen. Details als een correcte adressering kunnen daarbij van invloed zijn.

 

Hof Arnhem moest onlangs oordelen over een navorderingsaanslag successierecht. De navorderingsaanslag had betrekking op de nalatenschap van iemand die op 15 augustus 1998 was overleden. De akte van overlijden werd op 18 augustus 1998 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Een van de erfgenamen was de minderjarige dochter van de overledene. De aanslagen successierecht werden met dagtekening 7 juli 1999 opgelegd aan de erfgenamen. In december 2009 deelden de erfgenamen aan de inspecteur mee dat de erflater ten tijde van zijn overlijden beschikte over niet eerder aangegeven buitenlands vermogen. De inspecteur kondigde in juli 2010 aan dat hij navorderingsaanslagen successierecht zou opleggen aan de erfgenamen. Deze brief was gericht aan het adres van de weduwe. Met dagtekening 20 juli 2010 werden de navorderingsaanslagen opgelegd. Daarop was het oude adres van de weduwe vermeld. Naar aanleiding van een correct geadresseerde aanmaning tot betaling door de ontvanger maakte de dochter op 10 oktober 2010 (door de inspecteur ontvangen op 13 oktober 2010) bezwaar tegen de aan haar opgelegde navorderingsaanslag. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken.

 

Volgens Hof Arnhem had de inspecteur de navorderingsaanslag voor de dochter onjuist geadresseerd. Zij was al geruime tijd meerderjarig en woonde zelfstandig op een bij de Belastingdienst bekend adres. De inspecteur beriep zich op de domiciliekeuze in de aangifte successierecht. Gezien de minderjarigheid ten tijde van het indienen van de aangifte successierecht was er destijds geen sprake van een bewuste domiciliekeuze door de dochter. Daarnaast was in de aangifte het kantoor van de notaris als domicilie vermeld en niet het adres van de moeder. De inspecteur mocht daarom niet het adres van de moeder vermelden op de navorderingsaanslag van de dochter. Dat had gevolgen voor het tijdstip waarop de bezwaartermijn was begonnen. Dat verschoof van de dagtekening naar de dag waarop zij het aanslagbiljet onder ogen kreeg. De bezwaartermijn was volgens het hof niet eerder dan op 5 oktober 2010 begonnen zodat het bezwaarschrift tijdig was ingediend.

 

Voor in het buitenland aangehouden vermogen of in het buitenland genoten inkomen geldt een verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar. Deze termijn begint te lopen op het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Voor wat betreft de Successiewet is dat de dag na de dag van inschrijving van de akte van overlijden in de registers van de burgerlijke stand. De navorderingstermijn wordt verlengd met de duur van het verleende uitstel voor het doen van aangifte. In dit geval was één maand uitstel voor het indienen van de aangifte verleend. De termijn voor het opleggen van een navorderingsaanslag successierecht eindigde dus op 18 september 2010. Omdat de aanslag niet eerder dan op 5 oktober 2010 bekend was gemaakt aan de dochter, was de navorderingsaanslag te laat opgelegd. Het hof heeft de navorderingsaanslag vernietigd.

  • 22-03-2012
  • Info du ROI